BEHEALTH, BEINSPIRED

Let’s go flamingo

Tijdens een vrijdagnacht in januari 1997, ik ben een ‘snotneus’ van zeventien, word ik thuis gebracht met een ambulance van Het Vlaamse Kruis. Niemand weet wat er aan de hand is. Ook ik niet.

Enkel dit: de uren daarvoor zweef ik ergens tussen realiteit en fictie in een snikhete feestzaal vol uitgelaten jongeren en keiharde muziek.

Geen alcohol, al zeker geen drugs. Hooguit de vermoeidheid van het 100-dagenfeest.

Voor het eerst in mijn leven overvalt me een ongekende angst. De angst om me uit deze situatie te moeten praten zonder het vingerwijzen van de mensen om me heen, de angst voor het oordeel en het staaltje ‘invulwerk’ van de toeschouwers aan dit tafereel:

‘Het zijn de jongeren weer die geen grenzen en geen mate kennen; zie die snotneus zonder plichtsbesef langs de kant van de feesttent; hoe haalt die dochter van ons het in haar hoofd om op deze manier thuis te komen; …’

In het ongelukkige van het moment mag ik van groot geluk spreken en daar ben ik de vrijwillige hulpverlener nog altijd dankbaar voor: de man die zich over mij ontfermt schat de situatie perfect in en weet niet alleen mij, maar ook mijn ouders gerust te stellen.

Deze gebeurtenis is het begin van een zoektocht naar de oorzaak van mijn zwakte. Vele keren daarna word ik terug uit het niets onwel, buikpijn blijkt een constante, dringend toiletbezoek een dwangmatigheid en oververmoeidheid de standaard. Anderhalf jaar en een mislukt eerste jaar unief verder, krijgt mijn ‘aanstellerij’ een etiket … colitis ulcerosa.

Heel dubbel … Ik hou al lang niet meer van mensenmassa’s waar ik me bijzonder klein en onzeker voel. Toch word ik er tegelijk toe aangetrokken. En ik hou heel veel van muziek. Ik vind het ergens fijn om de kleurrijke en karaktervolle mensenmassa te observeren op een festivalweide. Een mensenmassa die zorgeloos en onbezonnen lijkt. Ik geniet er op de een of andere manier toch van om er in te kunnen verdwijnen, in de massa én in de muziek. Vaak heel even maar én rekening houdend met de kronkels van en in mijn lijf.

In de rand …

Onwaarschijnlijk is dat, de complementariteit op LIESING! Terwijl ik me suf zit te zoeken op een passende titel voor deze mijmering stuurt Liesbeth een voorstel door: ‘roze flamingo’s’ met er achteraan een link naar de site van de Scoutgidsen Vlaanderen. Of ik me hier kan in vinden?

“Deze opvallende vogel lijkt teer en fragiel, maar hij overleeft goed in zelfs de moeilijkste omstandigheden. Hij is sociaal en leeft in grote gemeenschappen. De verschijning van een indringer is voldoende om opschudding te veroorzaken in de hele kolonie. De Flamingo is gevoelig. Hij is herkenbaar aan zijn voortdurende grappige gesnater.”

Ik schreef daarnet nog met enige aarzeling neer: “mijn – met-roze-flamingo’s-bewerkte-net-wel-of-net-niet-festivalproof – deken”. Nu met volmondige overtuiging: mijn deken, een deken om absoluut trots op te zijn, roze flamingo’s inclusief!

Mee proeven van de festivalgekte lukt me het best aan de rand van het feestgedruis, op een deken, ergens aanleunend tegen de afsluiting of een dranghekken. Meer heb ik niet nodig. Laat dat nu ook net de plek zijn waar menig afgemat festivalhanger zijn plekje zoekt om even bij te komen. En ik vul in … van de hitte, van de drukte, van de alcohol of de drugs?

Deze controlefreak en haar wederhelft verlaten hun uitvalsbasis en zijn er ergens van overtuigd dat het min of meer dubbelgevouwen deken met roze flamingo’s niet echt in de markt ligt bij de doorsnee rockliefhebber.

Bij het terugkeren merk ik het al van ver, twee kameraden hebben post gevat op ‘mijn’ plek. De ene zit neer met zijn hoofd tussen de benen en helemaal van de kaart, de andere staat half voorover gebogen over zijn vriend heen. Ik zie hem een schouderklopje uitdelen.

Op zijn minst een ongemakkelijke situatie natuurlijk want ik wil mijn – met-roze-flamingo’s-bewerkte-net-wel-of-net-niet-festivalproof – deken terug. En dus begin ik een rondje ‘invulwerk’. Het invulwerk dat ik zo vaak bij anderen veroordeel dan nog!

En maar goed, dat ik me er terug bewust van word! We knopen een voorzichtig gesprek aan met de man die diabetes heeft en zich plots onwel voelde na dat ene biertje die hij zichzelf had gegund maar waarop zijn lijf hem afstraft. Hij excuseert zich meermaals en ook zijn kameraad neemt het ontroerend broederlijk voor hem op. Ik voel plots bijzonder veel, en ik denk terug aan januari 1997.

Nee, ik ga niet zomaar op in de mensenmassa, ook al wil ik dat maar al te graag. Ik proef hooguit even van de onbezonnenheid op een festivalweide waar mensen helemaal zorgeloos ‘lijken’ rond te hangen. Helaas, niets is wat het lijkt en vanavond voel ik me verbonden met de man met diabetes. De onbekende die stilaan terug aan het bijkomen is.

Niet ik ben bedankt voor de bruikleen van het deken. Jij bent bedankt om me er aan te herinneren dat we allemaal worstelen met de dingen die we niet in onze macht hebben. Ook op een plek waar mensen zorgeloos lijken op te gaan in de sfeer van muziek, drank en gezelschap. Ook op deze plek hangt nog altijd een groot #taboe rond ziek en gezond, terwijl het eigenlijk gewoon een klein stukje van onszelf is waarvoor we ons niet hoeven te excuseren.

En uiteraard … dank je wel voor de korte en gezellige babbel die er op volgde. Het klonk ongetwijfeld belachelijk toen we een half uur later elk onze eigen richting uitgingen, maar deze ‘festivalsflamingo’ meende het echt: “Welkom op mijn deken, welkom onder de flamingo’s!”


Inge – 07/07/19

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s