Wat vooraf ging …

Die dinsdag in november zaten we naast elkaar in een consultatieruimte van het ziekenhuis. Op dat moment hadden we geen enkel idee hoe deze ontmoeting onze beider levens zou gaan bepalen. Er was geen sprake van patiënt en verpleegkundige, evenmin van onprofessioneel gedrag. Maar uit het niets en in alle openheid en eerlijkheid kwam een gesprek op gang tussen twee mensen die zich met elkaar verbonden voelden …

“Het gebeurde op een dinsdag, 8 november 2016. Ik kwam nietsvermoedend voor de zoveelste consultatie in het ziekenhuis. Luttele ogenblikken na de zoveelste consultatie op rij, ontmoette ik een verpleegkundige, ze hoorde binnen het team dat ‘patiëntgerichte’ zorg moet bieden binnen mijn ziektebeeld. Ik had er naar alle eerlijkheid mijn bedenkingen bij. Wat gezegd moest worden, werd al uitgesproken door de arts. Ik wist waar ik aan toe was, hoe ik me voelde en dat ik gewoon zo snel mogelijk naar huis wou.
Koste wat kost zou ik het stereotype beeld dat in mijn hoofd zat vermijden. Dát beeld van ‘de patiënt’, in een machteloze positie en vragend  -bijna smekend- om hulp. Ik voelde me altijd al sterk genoeg in dat wat ik deed en waar ik voor stond als moeder, als echtgenote, als zaakvoerder van een onderneming.
Of toch bijna … tot ik elke keer weer voorbij de deuren van het ziekenhuis kwam en me diep vanbinnen ‘klein’ voelde.” (Inge)
“Het gebeurde op een dinsdag, 8 november 2016. Ik werd zoals vaker gebeld met de vraag, of ik even tot bij een patiënte kon komen. Haar behandeling sloeg niet aan en dat was niet de eerste keer. Het tij moest dringend keren of een ziekenhuisopname drong zich op. We ontmoetten elkaar eerder al, kort. Elke keer kreeg ik de duidelijke boodschap dat het goed ging, dat ik niks kon betekenen.
Tussen ons in zat een afstand, die afstand die we als zorgverlener graag ‘professioneel’ noemen. Ik voelde me altijd al sterk genoeg in dat wat ik deed en waar ik voor stond als verpleegkundige. Die professionele afstand indachtig.
Of toch bijna … tot ik keer op keer opnieuw voorbij de blikken van de patiënten voor me keek.” (Liesbeth)

inge en Liesbeth 2.jpg

Wat we toen allebei nog niet wisten, was dat we na die ontmoeting in eenzelfde wagentje dezelfde weg zouden nemen met hoogtes en laagtes, met onderweg een paar zwierige bochten. Niet langer als verpleegkundige en patiënt maar als mensen onder elkaar, professioneel én vriendschappelijk. De ervaring die we hierboven neerschrijven veranderde onze kijk op het leven, op vriendschap, op kwetsbaarheid en op (gezondheids)zorg. We zijn mensen onder elkaar ongeacht de rol die we opnemen in een zorgtraject.

Eén ding is intussen voor allebei absoluut helder: op de achtbaan van het leven ontsnapt niemand aan ‘kwetsbaarheid’! Vanuit die optiek durven we samen lansen breken en naast en met elkaar schrijven aan het toekomstverhaal van ONZE (gezondheids)zorg en aan het verhaal van ons leven en onze vriendschap.


Lees meer: